De kleine bloedworm (Cyathostominae spp.) is een van de belangrijkste wormen bij het paard. Er zijn circa 50 soorten beschreven van deze kleine rode worm waarvan er ongeveer 10 veel voorkomen. de kleine bloedworm kan in grote aantallen in de dikke en blinde darm voorkomen en dieren van alle leeftijden zijn gevoelig omdat er geen immuniteit tegen deze wormen wordt opgebouwd.

Levenscyclus

De infectieuze larfjes worden door het paard bij het grazen opgenomen en penetreren direct in de blinde of dikke darm het darmslijmvlies. In de darmwand kunnen er twee dingen gebeuren:

  • of de larfjes kruipen rond in het darmslijmvlies, veroorzaken daar veel schade en ontwikkelen zich tot volwassen wormen die eitjes leggen. Deze volwassen wormen leven in het darmlumen (dus in de darm zelf en niet meer in de wand).

  • of de larfjes nestelen zich in in de darmwand en gaan in een soort 'winterslaap'. Deze larfjes ontwikkelen zich tot volwassen wormen op het moment dat daar behoefte aan is.

  • De volwassen wormen produceren eitjes die via de mest uitgescheiden worden. Hieruit ontwikkelen zich nieuwe infectieuze larfjes en de cyclus is rond. Infectieuze larfjes kunnen onder gunstige omstandigheden (koel en vochtig) tot wel drie maanden overleven op de weide, bij droog en warm weer is de levensduur van het larfje veel korter.

    Symptomen

    Aan het eind van de zomer zijn vaak grote aantallen volwassen wormen in de darm aanwezig. Omdat deze in het lumen van de darm leven en niet in de darmwand veroorzaken deze meestal weingig klachten. In ernstige gevallen zien we enig conditieverlies.

    In de winter kunnen grote aantallen ingenestelde larven massaal vrijkomen uit de darmwand (de zgn. 'wintercyathostominose')  waar een ernstige acute darmontsteking kan ontstaan met diarree, koorts, algeheel ziek zijn en vermagering kan optreden.