De belangrijkste rondwormen bij het schaap en de geit in Nederland zijn Nematodirus spp., Haemonchus contortus, Trichostrongylus spp. en Teladorsagia circumcinta.

De levenscyclus van de verschillende rondwormen lijken erg op elkaar:

1. De eitjes van de volwassen wormen komen met de mest op de weide waarbij de hoeveelheid eitjes per wormsoort verschilt.

2. De larven kruipen binnen enkele dagen uit het ei en ontwikkelen zich na een aantal vervellingen tot infectieuze larven. Afhankelijk van de weersomstandigheden duurt dit 1-2 weken (zomer) of tot 10-12 weken (voorjaar).

3. Infectieuze larven worden tijdens het grazen door de schapen en geiten opgenomen en ontwikkelen zich verder tot volwassen worm. De periode tussen opname van infectieuze larve tot volwassen, eiproducerende worm duurt ongeveer 16-21 dagen.

4. De volwassen wormen hebben in het schaap of geit een maximale levensduur van drie maanden.

 

De meest voorkomende rondwormen:

Nematodirus spp.

Deze wormen leven in de dunne darm van schapen en geiten. Van de Nematodirus-soorten is Nematodirus battus de worm die de grootste problemen veroorzaakt. De eitjes kunnen gemakkelijk overleven in de omgeving gedurende de winter en hierdoor kan de weide al vanaf april grote hoeveelheden infectieuze larven bevatten. Wanneer in deze periode de weide wordt begraasd door lammeren van 6-12 weken kan gemakkelijk acute waterdunne diarree en sterfte optreden doordat de larven de darm ernstig beschadigen. Soms wordt infectie met Nematodirus ook in het najaar gezien.

Haemonchus contortus

haemonchus

 

Haemonchus is een bloedzuigende worm in de lebmaag van schapen en geiten. Omdat Haemonchus van origine een (sub)tropische worm is kunnen de eitjes en larven slecht overleven in de winter en zal de infectie in het voorjaar voornamelijk optreden doordat geïnfecteerde schapen geweid worden. Vrouwelijke wormen kunnen tot wel 10000 eitjes per dag produceren en een schone weide kan al binnen een maand ernstig besmet raken na inscharen van geïnfecteerde schapen.

Ernstige infecties gaan gepaard met bleke slijmvliezen (ten gevolge van bloedarmoede), achterblijven in de koppel, een verhoogde ademhalingsfrequentie en soms conditieverlies. In de meer chronische gevallen zien we conditieverlies en vochtophopingen aan bijvoorbeeld de kop (oedeem). Omdat de worm in de lebmaag zit en niet in de darm wordt zelden diarree gezien. De problemen ontstaan voornamelijk bij lammeren (en soms volwassen dieren) in de zomer.


Trichostrongylus spp.

Trichostrongylus-soorten zijn wormen die in de dunne darm leven en vooral problemen veroorzaken bij lammeren in de herfst en de winter. Acute infecties gaan gepaard met zwart gekleurde diarree, gewichtsverlies en soms sterfte. Iets mildere infecties geven vooral groeivertraging en dunne mest. Bij de chronische infecties wordt vaak alleen conditieverlies waargenomen.


Teladorsagia circumcinta

Net als Haemonchus leeft deze worm in de lebmaag maar hij zuigt geen bloed. Problemen treden voornamelijk op bij lammeren aan het einde van de zomer door opname van larven in het voorjaar, en in de winter kunnen problemen ontstaan doordat larven die in de darmwand overwinteren zich massaal ontwikkelen tot volwassen worm en daarbij de darmwand beschadigen. Symptomen zijn een verminderde eetlust, diarree, gewichtsverlies en soms sterfte.

 

bron: o.a. www.wormbestrijding.nl

LET OP! Per 1 juni vervallen de inloopspreekuren aan de Paterswoldseweg!